ECLI:NL:HR:2013:BZ5953
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie wegens niet-ontvankelijkheid en ontbreken proces-verbaal
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De verdachte werd veroordeeld voor overtreding van artikel 107, eerste lid, WVW 1994, waarbij het hof een geldboete en subsidiair hechtenis oplegde. In cassatie werd geklaagd over het ontbreken van het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg, dat niet meer beschikbaar bleek te zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat het ontbreken van het proces-verbaal niet voor het eerst in cassatie kan worden aangevoerd, aangezien in hoger beroep geen beroep op dit ontbreken was gedaan. Daarnaast werd het beroep ten aanzien van het derde feit niet-ontvankelijk verklaard vanwege wettelijke beperkingen. De overige middelen werden verworpen zonder nadere motivering, omdat zij geen rechtsvragen opriepen die beantwoording behoefden.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, waarbij het beroep in cassatie werd verworpen. Hiermee bleef het arrest van het hof in stand en werd het cassatieberoep afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige verworpen.