ECLI:NL:HR:2013:BZ5954
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- N. Jörg
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inkomen in natura bij gebruik dure auto zonder vergoeding in bijstandsfraudezaak
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het gebruik van een personenauto met een nieuwwaarde van ruim €40.000 zonder vergoeding door verdachte en zijn mededader moest worden aangemerkt als inkomen in natura in de zin van de toen geldende Algemene Bijstandswet (oud). Verdachte werd veroordeeld voor het valselijk opmaken van een formulier bij de uitkeringsinstantie waarbij hij verzweeg dat hij inkomsten had en de beschikking had over de auto.
Het hof had geoordeeld dat het meestentijds gebruik van de auto zonder vergoeding een op geld waardeerbaar voordeel opleverde dat als inkomen in natura moest worden beschouwd en dus van invloed was op de hoogte van de bijstandsuitkering. De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel niet onbegrijpelijk was en geen onjuiste rechtsopvatting bevatte.
Het cassatieberoep van verdachte werd verworpen. De Hoge Raad benadrukte dat het gebruik van de auto, ook al stond deze niet op naam van verdachte, toch een vorm van inkomen in natura opleverde die vermeld moest worden bij de uitkeringsinstantie. Verdachte maakte zich daardoor schuldig aan bijstandsfraude.
De uitspraak bevestigt de uitleg van de Algemene Bijstandswet dat inkomen in natura wordt vastgesteld op de daaruit voortvloeiende lagere bestaanskosten en dat het gebruik van een dure auto zonder vergoeding als zodanig inkomen kan worden aangemerkt. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot verdere motivering en wees het beroep af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het gebruik van de auto zonder vergoeding geldt als inkomen in natura bij bijstandsfraude.