ECLI:NL:HR:2013:BZ6381
Hoge Raad
- Cassatie
- C.A. Streefkerk
- C.E. Drion
- G. de Groot
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt voorlopige machtiging wegens schending hoor en wederhoor Wet BOPZ
In deze zaak heeft de officier van justitie een verzoek ingediend tot verlening van een voorlopige machtiging op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ) voor opname en verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank 's-Gravenhage heeft dit verzoek op 26 november 2012 toegewezen voor de duur van zes maanden, mede gebaseerd op een aanvullende verklaring van een psychiater die na de mondelinge behandeling per fax was verstrekt.
Betrokkene stelde in cassatie dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden omdat hij en zijn advocaat geen gelegenheid hadden gekregen om zich uit te laten over deze aanvullende informatie. De Hoge Raad oordeelde dat uit de stukken niet bleek dat de rechtbank betrokkene de mogelijkheid had geboden om op de aanvullende verklaring te reageren, hetgeen een schending van het beginsel van hoor en wederhoor inhoudt zoals neergelegd in artikel 8 lid 9 van Pro de Wet BOPZ.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing. De overige klachten behoefden geen behandeling. Hiermee wordt benadrukt dat het fundamentele procesrechtelijke beginsel van hoor en wederhoor strikt moet worden nageleefd bij beslissingen over vrijheidsbenemende maatregelen in de psychiatrie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot voorlopige machtiging wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.