ECLI:NL:HR:2013:BZ6508

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 april 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
11/02028
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor openlijk in vereniging geweld plegen en opzetheling

De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en opzetheling. Hij stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het hof en handhaafde de opgelegde straf, bestaande uit een geldboete van € 500,-, subsidiair 10 dagen hechtenis. Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken op 9 april 2013.

Deze uitspraak bevestigt de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de verdachte voor de genoemde feiten en benadrukt het belang van het hofarrest zonder nadere motivering door de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot een geldboete van € 500,-, subsidiair 10 dagen hechtenis, blijft in stand.

Uitspraak

9 april 2013
Strafkamer
nr. S 11/02028
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 19 april 2011, nummer 21/003415-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft de verdachte wegens 1. (naar de Hoge Raad begrijpt:) "openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen" en 2. "opzetheling" veroordeeld tot een geldboete van € 500,-, subsidiair 10 dagen hechtenis.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S. Ben Tarraf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 9 april 2013.