ECLI:NL:HR:2013:BZ6526
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- W.F. Groos
- J. Wortel
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing schorsing voorlopige hechtenis
In deze zaak heeft het gerechtshof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de afwijzing van zijn verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. De verdachte had dit hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de rechtbank die geen einduitspraak was.
De Hoge Raad heeft overwogen dat op grond van artikel 406 lid 1 Wetboek Pro van Strafvordering hoger beroep tegen tussenvonnissen slechts gelijktijdig met het hoger beroep tegen de einduitspraak is toegestaan, met uitzondering van de in lid 2 genoemde gevallen. Deze uitzonderingen betreffen bevelen tot gevangenhouding of gevangenneming en de afwijzing van verzoeken tot opheffing daarvan.
De Hoge Raad verduidelijkt dat de bepaling in artikel 87 lid 2 Sv Pro, die eenmalig hoger beroep tegen een afwijzing van schorsing of opheffing van voorlopige hechtenis toestaat, alleen ziet op beslissingen bij beschikking en niet op ter terechtzitting gegeven beslissingen. Gelet hierop heeft het hof de verdachte terecht niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen.
De Hoge Raad benadrukt dat het openen van rechtsmiddelen buiten zijn rechtsvormende taak valt en derhalve aan de wetgever moet worden overgelaten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het hoger beroep tegen de afwijzing van schorsing voorlopige hechtenis niet-ontvankelijk is.