ECLI:NL:HR:2013:BZ6797
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- M.W.C. Feteris
- P.M.F. van Loon
- R.J. Koopman
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak rechtbank inzake zuiveringsheffing bedrijfsruimte 2007
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2007 een aanslag in de zuiveringsheffing bedrijfsruimte opgelegd, die na bezwaar gehandhaafd bleef door de heffingsambtenaar van Tricijn Belastingen. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank, die dit niet-ontvankelijk verklaarde wegens nalatigheid in het aanvoeren van gronden. Tegen deze uitspraak deed belanghebbende verzet, dat eveneens ongegrond werd verklaard.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen de uitspraak van de rechtbank op het verzet. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep ongegrond te verklaren. De Hoge Raad oordeelde echter anders en verklaarde het beroep gegrond. De uitspraak van de rechtbank op het verzet werd vernietigd en het verzet werd gegrond verklaard.
De Hoge Raad bepaalde dat de uitspraak waartegen het verzet was gericht vervalt en dat de rechtbank het onderzoek moet voortzetten in de stand waarin het zich bevond. Tevens werd het waterschap Zuiderzeeland veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en werden de proceskosten verdeeld tussen de partijen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 12 april 2013.
Uitkomst: Hoge Raad verklaart beroep in cassatie gegrond, vernietigt uitspraak rechtbank op verzet en gelast voortzetting onderzoek.