ECLI:NL:HR:2013:BZ6798
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over navorderingsaanslagen en boeten belastingzaken
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd voor inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting over diverse jaren, inclusief verhogingen en boeten. Het hof vernietigde deels de aanslagen en boeten, maar verklaarde het beroep verder ongegrond. Belanghebbende stelde cassatie in tegen het hofarrest.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de modelmatige berekening van de navorderingsaanslagen, met name de toepassing van de 95%-norm en factor 1,5, niet onredelijk zou zijn. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het hof ten onrechte het verzoek tot heropening van het onderzoek na sluiting had geweigerd, aangezien de redelijke termijn voor uitspraak was overschreden.
Verder stelde de Hoge Raad dat het hof de beoordeling van de passendheid en gebodenheid van de opgelegde boeten niet in lijn had gebracht met eerdere jurisprudentie. De Hoge Raad verklaarde het incidentele beroep van de Staatssecretaris ongegrond, vernietigde het hofarrest behalve de beslissingen over griffierecht en proceskosten, en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.