ECLI:NL:HR:2013:BZ6801
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwijst zaak terug over vergoeding immateriële schade bij overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over meerdere jaren in de inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting, inclusief verhogingen, boeten en heffingsrente. Na bezwaar en beroep werden deze aanslagen door de Inspecteur verminderd tot nihil. Het hof verklaarde het beroep gegrond en handhaafde de verminderingen.
Belanghebbende verzocht na sluiting van het onderzoek bij het hof om heropening van het onderzoek om een vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn te kunnen aanvragen. Het hof weigerde dit verzoek. De Hoge Raad oordeelde dat indien de wettelijke termijn voor uitspraak niet is nageleefd en de redelijke termijn daardoor is overschreden, een verzoek tot vergoeding van immateriële schade ook na sluiting van het onderzoek kan worden gedaan.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest voor zover het het verzoek tot vergoeding van immateriële schade betrof en verwees de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling van het verzoek tot vergoeding van immateriële schade.