ECLI:NL:HR:2013:BZ6809
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak over redelijke schatting navorderingsaanslagen en verzoek immateriële schadevergoeding
Belanghebbenden kregen navorderingsaanslagen opgelegd voor de inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting over de jaren 1991-1999. De aanslagen en heffingsrente werden gehandhaafd na bezwaar en het hof verklaarde het beroep ongegrond. De Hoge Raad stelde vast dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de toepassing van de 95%-norm en factor 1,5 in het schattingsmodel niet onredelijk was.
Daarnaast wees de Hoge Raad op een procedurele tekortkoming: het hof weigerde het verzoek van belanghebbenden om het onderzoek te heropenen voor een immateriële schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De Hoge Raad oordeelde dat in gevallen van overschrijding na sluiting van het onderzoek een dergelijk verzoek nog mogelijk moet zijn.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie gegrond, vernietigde de uitspraak van het hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de kosten van het cassatiegeding aan de zijde van belanghebbenden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de hofuitspraak en verwijst de zaak terug met instructies over redelijke schatting en immateriële schadevergoeding.