ECLI:NL:HR:2013:BZ6813
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over navorderingsaanslagen en boeten, verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over meerdere jaren in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en vermogensbelasting, met daarbij verhogingen en boeten. Het Hof vernietigde deels de aanslagen en boeten, maar verklaarde het beroep voor het overige ongegrond. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het Hofarrest.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de schatting van de navorderingsaanslagen niet onredelijk was, met name over de toepassing van de 95%-norm en factor 1,5. Ook wees de Hoge Raad op het onterecht weigeren van een verzoek tot heropening van het onderzoek om een immateriële schadevergoeding te kunnen aanvragen wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat het Hof onvoldoende had onderbouwd dat belanghebbende het beboetbare feit daadwerkelijk had begaan en dat de opgelegde boeten passend en geboden waren. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof, behoudens enkele beslissingen, en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van de arrestmotieven. Tevens werden proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor herbeoordeling met inachtneming van de arrestmotieven.