ECLI:NL:HR:2013:BZ6814
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over navorderingsaanslagen en boeten belastingplichtige
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen en boeten opgelegd over meerdere jaren inzake inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting. Het hof vernietigde deels de aanslagen en boeten, maar verklaarde het beroep voor het overige ongegrond. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de modelmatige berekening van de belastingaanslagen niet onredelijk zou zijn, met name vanwege inconsistenties in de gehanteerde factoren. Tevens werd geoordeeld dat een verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn ook na sluiting van het onderzoek kan worden gedaan.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat het hof onvoldoende had onderbouwd dat de Inspecteur het bewijs had geleverd dat belanghebbende de beboetbare feiten had begaan. Ook was onvoldoende gemotiveerd of de opgelegde boeten passend en geboden waren. Daarom werd het hofarrest vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling, met inachtneming van de motieven van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hofarrest is vernietigd en de zaak is verwezen voor herbeoordeling met inachtneming van de motieven van de Hoge Raad.