ECLI:NL:HR:2013:BZ6815
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over belastingnavorderingen en boeten, verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen en boeten opgelegd over meerdere jaren in de inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting. Het hof vernietigde enkele beslissingen van de Inspecteur, schold verhogingen gedeeltelijk kwijt en verminderde boeten, maar verklaarde het beroep verder ongegrond.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de modelmatige schatting niet onredelijk zou zijn, vooral met betrekking tot de toepassing van de 95%-norm en factor 1,5. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het hof ten onrechte het verzoek tot vergoeding van immateriële schade na sluiting van het onderzoek had afgewezen.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat het hof onvoldoende had onderbouwd dat de Inspecteur het bewijs had geleverd voor de beboetbare feiten en dat het hof de proportionaliteit van de boeten onjuist had beoordeeld. Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest, behoudens enkele onderdelen, en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling.