ECLI:NL:HR:2013:BZ7459
Hoge Raad
- Cassatie
- A.H.T. Heisterkamp
- C.E. Drion
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder schone lei vereist toerekenbare tekortkoming
De zaak betreft de beëindiging van de schuldsaneringsregeling (WSNP) zonder verlening van de 'schone lei' aan verzoeker. De rechtbank 's-Hertogenbosch had de regeling op verzoeker van toepassing verklaard en het faillissement opgeheven. Aan het einde van de regeling oordeelde de rechtbank dat de regeling moest worden beëindigd zonder schone lei omdat tijdens de regeling een nieuwe schuld van €5.443 was ontstaan doordat verzoeker niet tijdig een verzoek om nihilstelling van een kinderalimentatieverplichting had ingediend en de bewindvoerder niet had geïnformeerd over de aanvraag.
Het gerechtshof stelde echter vast dat deze tekortkomingen niet aan verzoeker konden worden toegerekend, maar vond desalniettemin dat het ontstaan van de schuld een schone lei in de weg stond. De Hoge Raad vernietigt dit arrest en stelt dat volgens het wettelijke stelsel van de Faillissementswet (art. 354, 356 lid 2 en 358 lid 1 en 2) een tekortkoming alleen reden mag zijn om de schone lei te weigeren indien deze aan de schuldenaar kan worden toegerekend.
De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing, waarbij de toerekenbaarheid van de tekortkoming centraal staat.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met nadruk op toerekenbaarheid.