ECLI:NL:HR:2013:BZ8084
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzet tegen voorlopige aanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende X te Z heeft verzet ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank te 's-Gravenhage die betrekking had op een voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. De rechtbank had het verzet afgewezen, waarna belanghebbende in cassatie is gegaan bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geconcludeerd dat het beroep niet ontvankelijk is op grond van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de Raad van State (RO). Dit artikel bepaalt dat de Hoge Raad niet ontvankelijk is in cassatieberoepen tegen uitspraken op verzet tegen voorlopige aanslagen.
Daarmee is het cassatieberoep van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard en blijft de uitspraak van de rechtbank in stand. De Hoge Raad bevestigt hiermee de beperkte rechtsbescherming tegen voorlopige aanslagen in het belastingrecht.
De uitspraak onderstreept het belang van de wettelijke regeling omtrent voorlopige aanslagen en het beperkte karakter van het verzet daartegen, waarbij de Hoge Raad geen inhoudelijke toetsing van de zaak heeft verricht.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 81 lid 1 RO, waardoor de uitspraak van de rechtbank in stand blijft.