ECLI:NL:HR:2013:BZ8173
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in uitleveringszaak wegens miskenning vaste rechtspraak
In deze zaak is een cassatieberoep ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam inzake een uitleveringsverzoek van de Republiek Suriname. De opgeëiste persoon, vertegenwoordigd door zijn advocaat, heeft middelen van cassatie voorgesteld tegen de uitleveringsbeslissing.
De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het beroep en constateert dat de aangevoerde klachten geen nieuwe gronden bevatten, maar zonder opgave van redenen voorbijgaan aan de vaste rechtspraak omtrent de bevoegdheidsverdeling tussen de uitleveringsrechter en de Minister. Deze vaste rechtspraak betreft onder meer situaties waarin in Nederland reeds een strafvervolging loopt voor dezelfde feiten en gevallen waarin fundamentele rechten van de opgeëiste persoon kunnen worden geschonden.
Gelet op eerdere arresten, met name HR 11 september 2012 (LJN BX0146), past de Hoge Raad artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering toe en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Hiermee wordt bevestigd dat klachten die de vaste rechtspraak miskennen niet tot behandeling in cassatie leiden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens miskenning van vaste rechtspraak.