ECLI:NL:HR:2013:BZ8364

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juni 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12/03371
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid in cassatie bij verzet tegen bestuurlijke dwangsom

In deze zaak stond het verzet tegen een bestuurlijke dwangsom centraal, waarbij eiseres in cassatie ging tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage. De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de rechtbank en het gerechtshof die aan deze cassatie ten grondslag liggen.

De Gemeente Leiden heeft zich op het standpunt gesteld dat het cassatieberoep van eiseres niet-ontvankelijk is op grond van artikel 80a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, althans dat het beroep moet worden verworpen. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelt dat de in het middel aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt derhalve verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Deze uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de ontvankelijkheidsvereisten bij cassatie in bestuursrechtelijke zaken omtrent bestuurlijke dwangsommen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

14 juni 2013
Eerste Kamer
12/03371
RM/DH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. Geelhoed,
t e g e n
GEMEENTE LEIDEN,
zetelende te Leiden,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.P. van den Berg.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 332818 / HA ZA 09-872 van de rechtbank ´s-Gravenhage van 13 mei 2009, 29 september 2010 en 2 februari 2011;
b. het arrest in de zaak 200.084.773/01 van het gerechtshof te ´s-Gravenhage van 31 januari 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar cassatieberoep op grond van art. 80a RO, althans tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor de Gemeente toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep, met een beslissing omtrent de kosten als vermeld in de conclusie onder 5.4.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 14 juni 2013.