ECLI:NL:HR:2013:BZ8364
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid in cassatie bij verzet tegen bestuurlijke dwangsom
In deze zaak stond het verzet tegen een bestuurlijke dwangsom centraal, waarbij eiseres in cassatie ging tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage. De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de rechtbank en het gerechtshof die aan deze cassatie ten grondslag liggen.
De Gemeente Leiden heeft zich op het standpunt gesteld dat het cassatieberoep van eiseres niet-ontvankelijk is op grond van artikel 80a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, althans dat het beroep moet worden verworpen. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelt dat de in het middel aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt derhalve verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Deze uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de ontvankelijkheidsvereisten bij cassatie in bestuursrechtelijke zaken omtrent bestuurlijke dwangsommen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.