ECLI:NL:HR:2013:BZ8606
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad behandelt cassatie tegen uitspraak over vennootschapsbelasting en heffingsrente
X B.V. heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 november 2011, waarin een geschil over een aanslag vennootschapsbelasting en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente werd behandeld.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep afgedaan met toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de Raad van State, waarmee het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Dit betekent dat de Hoge Raad niet inhoudelijk op de zaak is ingegaan.
Het geschil betreft belastingrechtelijke kwesties rondom de aanslag vennootschapsbelasting en de heffingsrente, waarbij de belastingplichtige bezwaar maakte tegen de aanslag en de rente. Het Gerechtshof had eerder uitspraak gedaan, maar de Hoge Raad heeft het beroep in cassatie niet ontvankelijk verklaard, waardoor het hofarrest in stand blijft.
Deze uitspraak bevestigt de grenzen van cassatieberoep in belastingzaken en benadrukt de procedurele vereisten voor ontvankelijkheid in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het hofarrest in stand blijft.