ECLI:NL:HR:2013:BZ9121
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Centrale Raad van Beroep over Wet werk en bijstand
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep behandeld. De Centrale Raad van Beroep had op 31 juli 2012 uitspraak gedaan over het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zwolle-Lelystad. Deze rechtbank had zich gebogen over een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Urk, genomen op grond van de Wet werk en bijstand (WWB).
Het geschil betrof de toepassing van de WWB door het gemeentebestuur en de rechtmatigheid van het genomen besluit. Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen dit besluit en was in eerste aanleg in het ongelijk gesteld door de rechtbank. Vervolgens was het hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep, die het besluit bevestigde.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep afgedaan met toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO), waarmee het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Hierdoor blijft de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in stand. De Hoge Raad gaf hiermee geen inhoudelijke beoordeling van de zaak, maar bevestigde de formele procedurele afhandeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in stand blijft.