ECLI:NL:HR:2013:BZ9151
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Verdeling bewijslast bij brutering dividendbelasting en verwijzing naar Hof
Belanghebbende, een vennootschap, kreeg voor 2003 aanslagen vennootschapsbelasting en naheffingsaanslagen dividendbelasting opgelegd. Na bezwaar en ongunstige uitspraken van de Inspecteur en Rechtbank, bevestigde het Hof deze aanslagen. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het Hofarrest.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte aannam dat de vennootschap impliciet had besloten de dividendbelasting niet op de aandeelhouder te verhalen, zonder dat de bewijslast correct was verdeeld. De Hoge Raad stelde dat bij bevoordeling van de aandeelhouder zonder heffing van dividendbelasting, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt, geen brutering van de dividendbelasting mag plaatsvinden.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het Hofarrest voor zover het de naheffingsaanslag dividendbelasting betreft en verwees de zaak naar het Gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling met inachtneming van deze richtlijnen. Tevens werden proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt Hofuitspraak over naheffingsaanslag dividendbelasting 2003 en verwijst zaak terug voor nieuwe behandeling.