ECLI:NL:HR:2013:CA0050
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens gebrek aan belang en gegrondheid
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verzoeker behandeld dat betrekking had op een beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage. Verzoeker had beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het hof, maar verweerders hebben geen verweerschrift ingediend.
De Procureur-Generaal stelde voor het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO), omdat verzoeker klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden.
De Hoge Raad heeft dit standpunt gevolgd en geoordeeld dat de klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing is genomen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.
De procedure verwijst naar eerdere beschikkingen van de rechtbank en het hof, maar de Hoge Raad beperkt zich in deze beschikking tot de ontvankelijkheidsvraag en behandelt de inhoudelijke klachten niet.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gegrondheid.