ECLI:NL:HR:2013:CA1203

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12/03290 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag tot herziening in zaak minderjarige prostitutie

De Hoge Raad behandelde op 28 mei 2013 een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage uit 2010, waarin de aanvraagster was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 21 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens betrokkenheid bij seksuele uitbuiting van een minderjarige. De aanvraag tot herziening werd ingediend door de advocaat van de aanvraagster en betrof nieuwe verklaringen en analyses die niet bij de eerdere terechtzitting aan de rechter bekend waren.

De Hoge Raad beoordeelde of de aangevoerde nieuwe gegevens voldeden aan de strenge voorwaarden voor herziening zoals gesteld in art. 457 Sv Pro, namelijk dat het nieuwe gegeven ernstige twijfel moet wekken aan de juistheid van het eerdere oordeel en tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging of een lichtere straf zou kunnen leiden. De verklaringen van verschillende betrokkenen en deskundigen boden echter geen zodanig nieuw of overtuigend bewijs dat het eerdere oordeel ter discussie stelde.

Met name het betoog dat niet de minderjarige maar haar meerderjarige zus in het bordeel aanwezig was, was reeds door het hof onderzocht en gemotiveerd verworpen. De overige verklaringen betroffen andere zaken of leverden geen nieuwe feiten op. Daarom oordeelde de Hoge Raad dat de aanvraag kennelijk ongegrond was en wees deze af.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de eerdere veroordeling.

Uitspraak

28 mei 2013
Strafkamer
nr. S 12/03290 H
SG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 19 maart 2010, nummer 22/003905-07, ingediend door mr. H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage, namens:
[Aanvraagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank 's-Gravenhage van 20 april 2004 - de aanvraagster ter zake van 1. "opzettelijk voordeel trekken uit seksuele handelingen van een ander met een derde tegen betaling, terwijl die ander minderjarig is, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd" en 2. en 3. "een ander door feitelijkheden en door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht bewegen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf van 21 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De Hoge Raad heeft het tegen dit arrest ingestelde beroep in cassatie verworpen bij arrest van 15 november 2011, nr. 10/01274.
2. De aanvraag tot herziening
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvraag
3.1. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv Pro slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij de tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
3.2. In zijn bij de aanvraag gevoegde verklaring bepleit [betrokkene 1] "nader onderzoek" naar de overeenkomsten en verschillen tussen de drie aan hem voorgelegde foto's. Die verklaring levert dus niet een gegeven op als hiervoor onder 3.1 bedoeld.
3.3. In zijn bij de aanvraag gevoegde verklaring analyseert [betrokkene 2] - omtrent wiens deskundigheid in een aangelegenheid als de onderhavige de aanvraag slechts vermeldt dat hij "werkzaam is bij de stichting Vals Beschuldigd?" - het aan het Hof bekende dossier en komt hij tot een afwijkende mening. Die verklaring levert dus evenmin een gegeven op als hiervoor onder 3.1 bedoeld.
3.4. Dat laatste geldt voor de bij de aanvraag gevoegde verklaring van [betrokkene 3] aangezien deze verklaart over een ander bordeel dan dat van de aanvraagster.
3.5. In haar bij de aanvraag gevoegde verklaring betoogt [betrokkene 4] dat niet de minderjarige [betrokkene 5] maar haar meerderjarige zuster [betrokkene 6] in het bordeel van de aanvraagster is aangetroffen. Voor het Hof heeft de verdediging hetzelfde betoogd. Het Hof heeft vervolgens de identiteit van de betrokken prostituee onderzocht en gemotiveerd vastgesteld dat het ging om [betrokkene 5]. De verklaring van [betrokkene 4] werpt daarop niet een zodanig ander licht dat aan de vaststelling van het Hof moet worden getwijfeld. Ook voor het overige behelst de verklaring van [betrokkene 4] niets wat zou kunnen worden aangemerkt als een gegeven in de hiervoor onder 3.1 bedoelde zin.
3.6. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de aanvraag kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 mei 2013.
Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.