ECLI:NL:HR:2013:CA1222
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- Y. Buruma
- J. Wortel
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid kraken slooppand onder art. 429sexies Sr
In deze strafzaak stond de vraag centraal of artikel 429sexies Sr, dat strafbaarstelling biedt tegen het wederrechtelijk in gebruik nemen van woningen of gebouwen, ook van toepassing is op panden die leegstaan in afwachting van sloop. Verdachte werd veroordeeld voor het niet voldoen aan een vordering van een politie-inspecteur om het gekraakte pand te verlaten.
De verdediging voerde aan dat het pand een slooppand was en dat de woningbouwvereniging onherroepelijk afstand had gedaan van haar recht, waardoor art. 429sexies Sr niet van toepassing zou zijn. Het hof verwierp dit verweer en stelde dat de strafbepaling juist ook bescherming biedt aan rechthebbenden die het pand binnen twaalf maanden voorafgaand aan de kraking in gebruik hadden, ongeacht het voornemen tot sloop.
De Hoge Raad bevestigde deze interpretatie en oordeelde dat het voornemen tot sloop niet uitsluit dat de rechthebbende bescherming kan ontlenen aan art. 429sexies Sr. Ook werd geoordeeld dat het verweer dat delen van het pand langer dan twaalf maanden leegstonden onvoldoende was om de bewezenverklaring te weerleggen, omdat het ging om een gezamenlijke kraakactie van het gehele complex.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling van verdachte voor het niet voldoen aan de vordering tot ontruiming en het wederrechtelijk verblijf in het gekraakte pand in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor het niet voldoen aan de vordering tot ontruiming van het gekraakte slooppand.