ECLI:NL:HR:2013:CA1781

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juni 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
11/03127
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 434 SvArt. 440 SvArt. 588a Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens nietigheid hoger beroep door gebrekkige betekening dagvaarding

In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De verdachte was niet verschenen in hoger beroep, waarna verstek werd verleend. De Hoge Raad onderzocht of de betekening van de appeldagvaarding correct was verlopen.

Uit de stukken bleek dat de appelakte een adres vermeldde waar de verdachte mededelingen over de strafzaak wenste te ontvangen. Het hof had echter niet vastgesteld of de dagvaarding daadwerkelijk aan dit adres was betekend. Bovendien was de verdachte op een ander adres ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie, maar dit vormde geen reden om aan te nemen dat het eerste adres niet meer geldig was.

Het hof had moeten onderzoeken of het onderzoek ter terechtzitting geschorst moest worden om de verdachte alsnog in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn. Dit onderzoek ontbrak, waardoor het hoger beroep nietig is. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

4 juni 2013
Strafkamer
nr. S 11/03127
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 29 september 2010, nummer 22/006661-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.J.N. Vermeij, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv Pro gegronde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt onder meer over de beslissing van het Hof tot het verlenen van verstek tegen de niet-verschenen verdachte.
2.2. Bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken bevinden zich:
(i) een appelakte van 17 december 2009 waarin als adres van de verdachte is vermeld: [a-straat 1], [woonplaats];
(ii) het dubbel van de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen ter terechtzitting in hoger beroep van 15 september 2010, dat als adres vermeldt: [b-straat 1], [woonplaats];
(iii) een aan het dubbel van die dagvaarding gehechte akte van uitreiking, inhoudende dat de dagvaarding - nadat zij tevergeefs was aangeboden op genoemd adres, aldaar een bericht van aankomst was achtergelaten en zij nadat ze op het in dat bericht genoemde plaats niet was afgehaald - is teruggezonden naar de afzender die haar op 15 juli 2010 heeft uitgereikt aan de (waarnemend) griffier van de Rechtbank te 's-Gravenhage, die op dezelfde dag een afschrift heeft verzonden naar voormeld adres;
(iv) het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep, inhoudende dat tegen de aldaar niet-verschenen verdachte verstek is verleend.
2.3. De vermelding van het adres [a-straat 1], [woonplaats] in de appelakte kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als de opgave van een adres in de zin van art. 588a, eerste lid aanhef onder c, Sv waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden.
2.4. Uit de omstandigheid dat in het kader van de betekening van de appeldagvaarding bekend is geworden dat de verdachte nadien op een (ander) GBA-adres bleek te zijn ingeschreven, kon het Hof niet zonder meer afleiden dat de verdachte het adres [a-straat 1], [woonplaats] niet wenste te handhaven als adres waar hij een afschrift van de appeldagvaarding wenste te ontvangen.
2.5. Uit de stukken van het geding kan niet blijken dat een afschrift van de appeldagvaarding aan dit adres is toegezonden, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Evenmin houden de stukken iets in waaruit kan volgen dat die verzending ingevolge het derde lid van art. 588a Sv achterwege kon blijven. Daarom had het Hof ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of er reden was het onderzoek ter terechtzitting te schorsen teneinde de verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog bij het onderzoek op de terechtzitting tegenwoordig te zijn. Van een zodanig onderzoek blijkt niet. Dat verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak. (Vgl. HR 27 november 2012, LJN BX4736, NJ 2012/695.)
2.6. Het middel is terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juni 2013.