Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2013:CA1969

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
13/02204
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 287a Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot instemming met buitengerechtelijk akkoord in WSNP afgewezen door Hoge Raad

De zaak betreft een verzoek tot instemming met een aangeboden schuldregeling in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP). Verzoekster heeft tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld. Het hof had het verzoek afgewezen. De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage en het arrest van het gerechtshof Den Haag als onderdeel van het geding in feitelijke instanties.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep verworpen moet worden. Verzoeksters advocaat heeft hierop gereageerd, maar de Hoge Raad acht de aangevoerde klachten onvoldoende om tot cassatie te leiden. Volgens artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering behoefde de Hoge Raad geen nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

De Hoge Raad heeft het beroep van verzoekster verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd. Dit arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Drion, Polak en in het openbaar uitgesproken door Loth op 12 juli 2013.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.

Uitspraak

12 juli 2013
Eerste Kamer
nr. 13/02204
RM/TJ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
het vonnis in de zaak 429795/FT-RK 12.2681 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 14 december 2012;
het arrest in de zaak 200.118.819/01 van het gerechtshof Den Haag van 18 april 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 31 mei 2013 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
12 juli 2013.