ECLI:NL:HR:2013:CA2263
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- R.J. Koopman
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Verzoek immateriële schadevergoeding na overschrijding redelijke termijn in belastingnavordering
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over de jaren 1990-1999 met daarbij verhogingen, boeten en heffingsrente. Na bezwaar werden deze door het hof deels vernietigd en verminderd. Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het hofarrest, met name over het verzoek tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Het hof had het verzoek van belanghebbende om het onderzoek te heropenen na sluiting van het onderzoek geweigerd. De Hoge Raad oordeelde dat in gevallen waarin de wettelijke termijn voor uitspraak niet is nageleefd en de redelijke termijn daardoor is overschreden, het verzoek om heropening tot het moment van uitspraak kan worden gedaan. Dit maakt het mogelijk alsnog een beroep te doen op overschrijding en vergoeding van immateriële schade.
De Hoge Raad verklaarde het incidentele cassatieberoep van de Staatssecretaris ongegrond, het principale beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde het hofarrest voor zover het het verzoek tot vergoeding van immateriële schade betreft, en verwees de zaak naar het hof voor verdere behandeling. Tevens werden proceskosten toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: Het hofarrest wordt vernietigd voor het verzoek tot immateriële schadevergoeding en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.