ECLI:NL:HR:2013:CA3301
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende bewijs ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit de productie van MDMA/XTC-pillen. De betrokkene was eerder veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet.
Het hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op €255.225,- voor de locatie te Aalsmeer en op basis van overeenkomsten tussen de locaties Aalsmeer en Nieuw-Vennep ook hetzelfde bedrag voor de locatie Nieuw-Vennep vastgesteld. Het hof achtte aannemelijk dat de betrokkene voordeel had genoten, maar het bewijs dat hij het geschatte bedrag op de locatie Nieuw-Vennep heeft verkregen was onvoldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet met voldoende redenen heeft onderbouwd dat de betrokkene het geschatte voordeel op de locatie Nieuw-Vennep heeft genoten. Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing op het hoger beroep. De overige middelen behoeven geen bespreking.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende bewijs dat betrokkene het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten.