ECLI:NL:HR:2013:CA3786

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12/01781
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 152 RvArt. 22 WvK
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bewijs van bestaan vennootschap onder firma en cassatieverweer

In deze zaak stond de vraag centraal of het bewijs van het bestaan van een vennootschap onder firma voldoende was geleverd. De zaak betrof een geschil tussen eiser en verweerder over de rechtsverhouding binnen een vennootschap onder firma. De rechtbank Almelo en het gerechtshof Arnhem hadden eerder geoordeeld over de bewijsvoering en de rechtsgevolgen daarvan.

Het cassatieberoep van de eisers richtte zich tegen het arrest van het hof Arnhem, waarin het hof het bewijs van het bestaan van de vennootschap onder firma had beoordeeld en het geschil had beslecht. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie behandeld en de conclusie van de Advocaat-Generaal gevolgd, die tot verwerping van het beroep strekte.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat het niet nodig was om de rechtsvragen nader te motiveren, omdat deze niet van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het arrest bevestigt daarmee het oordeel van het hof en sluit het geschil af.

De Hoge Raad veroordeelde de eisers tot betaling van de kosten van het cassatiegeding, waarmee de procedure definitief werd afgerond.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eisers worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

12 juli 2013
Eerste Kamer
12/01781
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P.H.J. Körver,
thans mr. E.R. Wnaar,
t e g e n
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en [verweerders]

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
de vonnissen in de zaak 106748/HA ZA 09-1196 van de rechtbank Almelo van 17 februari 2010 en 24 november 2010;
het arrest in de zaak 200.082.569 van het gerechtshof te Arnhem van 7 februari 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerders] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft bij brief van 19 juni 2013 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 373,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsherenC.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
12 juli 2013.