Uitspraak
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer(hierna: het College) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 8 januari 2013, nr. 11/00266.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 18 oktober 2013 een arrest gewezen waarin het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer in cassatie werd veroordeeld. Na het arrest verzocht het College om verduidelijking, waarop belanghebbende schriftelijk reageerde.
Het geschil betrof een onjuiste formulering in onderdeel 3 van het arrest, waarin stond dat de Hoge Raad geen termen aanwezig achtte voor een veroordeling in proceskosten, terwijl in onderdeel 4 juist een veroordeling in proceskosten was uitgesproken. Deze tegenstrijdigheid berustte op een misslag.
De Hoge Raad heeft deze fout hersteld door de zinsnede in onderdeel 3 te wijzigen in dat er wel termen aanwezig zijn voor een veroordeling in proceskosten, passend bij de beslissing dat het beroep in cassatie van het College ongegrond is verklaard.
Het arrest is op 10 januari 2014 openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad, waarmee de verbetering van het eerdere arrest formeel is vastgesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad herstelt de fout in het arrest van 18 oktober 2013 en bevestigt de veroordeling van het College in de proceskosten.