Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Arnhem,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid
4.Beslissing
25 april 2014.
Hoge Raad
In deze zaak stond een geschil centraal tussen eiser en Liander N.V. betreffende de afsluiting van elektriciteit vanwege een illegale hennepkwekerij door een onderhuurder. De feiten en eerdere uitspraken van de rechtbank Haarlem en het gerechtshof Amsterdam vormden de feitelijke grondslag van het geschil.
Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, maar Liander verscheen niet in cassatie. De Procureur-Generaal stelde zich op het standpunt dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 80a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat eiser klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en werd eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van Liander nihil werden begroot.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.