Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het eerste en het vijfde middel
4.Beoordeling van het tweede middel
5.Slotsom
22 april 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een poging moord waarbij verdachte op 3 december 2011 in Amersfoort een vlinderbom bevestigde aan de voordeur van het huis van het slachtoffer en deze tot ontploffing bracht. Het slachtoffer bevond zich vlak achter de voordeur en liep ernstige schedel- en hersenverwondingen op.
Het hof stelde vast dat verdachte en slachtoffer kort voor de explosie via de brievenbus spraken en dat verdachte zich bewust was van de positie van het slachtoffer. Het explosievenonderzoek toonde aan dat het gebruikte explosief ernstig letsel kon veroorzaken, mogelijk fataal bij direct contact.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende en begrijpelijk gemotiveerd had vastgesteld dat verdachte het voorwaardelijk opzet had om het slachtoffer te doden door bewust de aanmerkelijke kans te aanvaarden dat het explosief dodelijk letsel zou veroorzaken. De zaak werd verwezen naar de rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet en verwijst zaak naar rolzitting voor verdere beslissing.