ECLI:NL:HR:2014:1093

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 mei 2014
Publicatiedatum
13 mei 2014
Zaaknummer
13/01173
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 242 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 12 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste kwalificatie verkrachting bij afgedwongen tongzoen

De verdachte werd door het hof veroordeeld voor verkrachting wegens het afgedwongen ondergaan van een handeling waarbij hij zijn tong in de mond van het slachtoffer bracht, onder dreiging en geweld. De Hoge Raad oordeelde dat volgens een eerder arrest een afgedwongen tongzoen niet langer als verkrachting in de zin van art. 242 Sr Pro kan worden gekwalificeerd.

Het hof had het bewezenverklaarde ten onrechte als verkrachting aangemerkt. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de tenlastelegging en de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting binnen het bestaande hoger beroep.

Andere middelen van cassatie werden verworpen omdat zij geen aanleiding gaven tot rechtsontwikkeling of rechtseenheid. De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 13 mei 2014.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onjuiste kwalificatie van een afgedwongen tongzoen als verkrachting en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

13 mei 2014
Strafkamer
nr. 13/01173
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 februari 2013, nummer 20/002545-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.S. Nan, advocaat te Dordrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste middel

2.1.
Het middel klaagt dat het Hof het onder 1 bewezenverklaarde ten onrechte heeft gekwalificeerd als verkrachting.
2.2.1.
Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:
"hij op 18 maart 2012 te Breda door geweld en bedreiging met geweld [betrokkene 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een handeling die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [betrokkene 1], hebbende hij, verdachte, zijn tong in de mond van [betrokkene 1] geduwd/gebracht en bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld hierin dat hij, verdachte, [betrokkene 1] meermalen heeft geslagen/gestompt en [betrokkene 1] klem heeft gezet en het hoofd van [betrokkene 1] heeft vastgepakt/vastgehouden zodat [betrokkene 1] haar hoofd niet kon wegdraaien en [betrokkene 1] aan haar haren de trap op heeft getrokken/gesleurd en aldus voor [betrokkene 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan."
2.2.2.
Het Hof heeft dit bewezenverklaarde feit onder aanhaling van art. 242 Sr Pro gekwalificeerd als "verkrachting".
2.3.
De tenlastelegging is toegesneden op art. 242 Sr Pro. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 12 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2653, NJ 2013/437, beslist dat – kort gezegd – enkel een afgedwongen tongzoen niet meer als verkrachting in de zin van art. 242 Sr Pro kan worden gekwalificeerd. Daaruit volgt dat het Hof het bewezenverklaarde ten onrechte heeft gekwalificeerd als verkrachting. Het middel klaagt daarover terecht.
3. Beoordeling van het tweede middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het derde middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof s-Hertogenbosch, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 mei 2014.