Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beslissing
13 mei 2014.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld voor verduistering van 2500 digitale camera's die hij uit hoofde van zijn dienstbetrekking onder zich had. Hij was opzettelijk behulpzaam geweest bij het wegnemen en omwisselen van pallets met camera's.
In cassatie klaagde verdachte over de kwalificatie van het hof, stellende dat de bewezenverklaring innerlijk tegenstrijdig was en onterecht was gekwalificeerd als verduistering in dienstbetrekking. De Hoge Raad overwoog dat het hof kennelijk bij vergissing bepaalde woorden in de tenlastelegging niet had doorgehaald en leest de bewezenverklaring daarom verbeterd.
Deze verbetering leidt ertoe dat de feitelijke grondslag van het middel ontbreekt en het middel faalt. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen. De zaak wordt verwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling met inachtneming van de gedeeltelijke intrekking van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de bewezenverklaring wordt door de Hoge Raad verbeterd bevestigd.