ECLI:NL:HR:2014:13

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 januari 2014
Publicatiedatum
7 januari 2014
Zaaknummer
12/06003
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatie wegens termijnoverschrijding middelen van cassatie

De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Echter werden namens de verdachte geen middelen van cassatie tijdig ingediend door een raadsman, zoals vereist volgens artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. De Advocaat-Generaal concludeerde daarom dat de verdachte niet-ontvankelijk verklaard moest worden.

De Hoge Raad oordeelde dat het niet naleven van de wettelijke termijn voor het indienen van middelen van cassatie betekent dat het beroep niet ontvankelijk is. Dit is een strikt formeel vereiste dat niet kan worden genegeerd, ook niet als de verdachte zelf het beroep heeft ingesteld. De Hoge Raad verklaarde daarom het beroep van de verdachte niet-ontvankelijk.

De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 7 januari 2014, waarbij de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos het arrest hebben gewezen. De beslissing bevestigt het belang van strikte naleving van procesrechtelijke termijnen in cassatieprocedures.

Uitkomst: De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie door een raadsman.

Uitspraak

7 januari 2014
Strafkamer
nr. S 12/06003
ABO/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 18 oktober 2011, nummer 20/003692-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 januari 2014.