Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof had het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Nederland betreffende een naheffingsaanslag loonheffingen over het jaar 2008 behandeld.
De Hoge Raad ontving het cassatieberoep en de verweerschriften van de Staatssecretaris van Financiën. Bij de beoordeling van de klachten stelde de Hoge Raad vast dat deze niet konden leiden tot cassatie. Volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie behoefde dit geen nadere motivering, omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.
De Hoge Raad besloot dat er geen aanleiding was om proceskosten toe te wijzen. Uiteindelijk verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president Feteris als voorzitter en raadsheren Van Loon en Wortel, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Treuren, op 6 juni 2014.