ECLI:NL:HR:2014:1332

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juni 2014
Publicatiedatum
5 juni 2014
Zaaknummer
14/00735
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke zaak

In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld dat was ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 14 januari 2014. Het betrof een bestuursrechtelijke zaak met betrekking tot belastingrecht, waarbij belanghebbende verzet had aangetekend tegen een uitspraak en tevens een verzoek had ingediend om proceskostenvergoeding.

De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de partij die het cassatieberoep had ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het beroep en/of omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 6 juni 2014 in het openbaar uitgesproken door raadsheer C. Schaap als voorzitter, samen met raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en gegrondheid van de klachten.

Uitspraak

6 juni 2014
Nr. 14/00735
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Gelderlandvan 14 januari 2014, nrs. AWB 12/5893 en 12/5894, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank betreffende een verzoek van belanghebbende om proceskostenvergoeding.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2014.