Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
10 juni 2014.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 5 oktober 2012 in een strafzaak. De advocaat van verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld die aan het arrest zijn gehecht.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren.
Daarom wordt het beroep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 10 juni 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.