ECLI:NL:HR:2014:1399

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juni 2014
Publicatiedatum
12 juni 2014
Zaaknummer
14/00949
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring cassatieberoep inzake kinderbijslagbesluit

De zaak betreft een cassatieberoep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over een besluit op grond van de Algemene Kinderbijslagwet. De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het beroep en concludeert dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit is omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

Na overleg met de Procureur-Generaal verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, met de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, en in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren. De uitspraak werd openbaar gedaan op 13 juni 2014.

Deze beslissing betekent dat de eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep blijft staan en dat het cassatieberoep niet inhoudelijk wordt behandeld.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Uitspraak

13 juni 2014
nr. 14/00949
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], Marokko (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 31 januari 2014, nr. 12/5495 AKW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Amsterdam (nr. 12/250), betreffende een besluit ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2014.