ECLI:NL:HR:2014:1410

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juni 2014
Publicatiedatum
13 juni 2014
Zaaknummer
13/04870
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen 2008

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 september 2013, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Arnhem werd behandeld. De zaak betrof de aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over het jaar 2008.

De Hoge Raad heeft de klacht van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist omdat de klacht geen rechtsvragen aan de orde stelt die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft tevens besloten dat er geen aanleiding is om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president Overgaauw als voorzitter en de raadsheren Koopman en van Kalmthout, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2014.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en afgewezen.

Uitspraak

13 juni 2014
nr. 13/04870
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 3 september 2013, nrs. 13/00003 en 13/00004, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Arnhem (nrs. 12/1511, 12/1512, 12/1835 en 12/1836) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage ingevolge de Zorgverzekeringswet.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klacht

De klacht kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2014.