ECLI:NL:HR:2014:1420

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juni 2014
Publicatiedatum
13 juni 2014
Zaaknummer
13/02090
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen aanmaningskosten gemeente Bergen

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Alkmaar werd behandeld. De zaak betrof de aanmaningskosten die door de ambtenaar belast met invordering van de gemeente Bergen aan belanghebbende in rekening waren gebracht, alsmede de afwijzing van een verzoek om vergoeding van kosten in verband met de behandeling van het bezwaar.

De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Verder heeft de Hoge Raad overwogen dat er geen gronden zijn voor een veroordeling in de proceskosten. Het beroep in cassatie is daarom ongegrond verklaard.

Het arrest is gewezen door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), Th. Groeneveld en J. Wortel, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2014.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

13 juni 2014
nr. 13/02090
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 15 november 2012, nr. 12/00013, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Alkmaar (nr. AWB 10/1053) betreffende de door de ambtenaar belast met de invordering van de gemeente Bergen aan belanghebbende in rekening gebrachte aanmaningskosten, alsmede de afwijzing van een verzoek om vergoeding van kosten in verband met de behandeling van het bezwaar.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2014.