Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
17 juni 2014.
Hoge Raad
De verdachte heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 april 2013. Het cassatieberoep is ingediend door de advocaat van verdachte, mr. P.H.L.M. Souren. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering gegeven omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het Gerechtshof bevestigd. De uitspraak is gedaan door raadsheer J. de Hullu als voorzitter en raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, in aanwezigheid van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, tijdens een openbare terechtzitting op 17 juni 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wordt bekrachtigd.