Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
20 juni 2014.
Hoge Raad
Partijen zijn in 1976 te Curaçao in algehele gemeenschap van goederen gehuwd en in 2001 gescheiden. De vrouw verzocht de man medewerking te verlenen voor pensioenverrekening volgens methode van pensioendeling na ingang pensioen (maandelijkse uitkering). De man vorderde een eenmalige uitkering volgens verrekenmethode 1.
De rechtbank bepaalde dat methode 2 (pensioendeling na pensioen) van toepassing was en veroordeelde de man tot betaling van haar aandeel in pensioenuitkeringen vanaf november 2009. Het hof oordeelde anders en koos voor methode 1 (eenmalige uitkering), waarbij de man een bedrag moest betalen wegens overbedeling.
De vrouw stelde dat zij wel degelijk baten had om de overbedelingsuitkering te voldoen, omdat zij een vordering had op de man wegens pensioenbetalingen die nog niet aan haar waren toegekomen. De Hoge Raad vond het oordeel van het hof hierover onbegrijpelijk en vernietigde het vonnis, verwijzend naar het hof voor verdere behandeling.
De Hoge Raad compenseerde de kosten van het cassatiegeding en bepaalde dat iedere partij haar eigen kosten draagt. De beslissing werd gegeven door drie raadsheren en uitgesproken door de vice-president.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over pensioenverrekening en verwijst zaak terug voor verdere behandeling.