ECLI:NL:HR:2014:1538

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 juni 2014
Publicatiedatum
26 juni 2014
Zaaknummer
13/04168
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verschuldigdheid huur bij huur van bedrijfsruimte en vaststelling partijbedoeling

In deze zaak stond de vraag centraal of en in hoeverre huur verschuldigd is voor bedrijfsruimte, waarbij de vaststelling van de partijbedoeling en de maatstaf voor tegenbewijs centraal stonden. De zaak betrof een geschil tussen Texag Amsterdam B.V. en Quintessa B.V., waarbij het gerechtshof Amsterdam eerder een arrest had gewezen dat door Texag in cassatie werd aangevochten.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de kantonrechter te Haarlem en het arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin de feiten en het geschil uitvoerig zijn behandeld. In cassatie heeft de Hoge Raad overwogen dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat deze niet vragen om beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest bevestigt daarmee het oordeel van het gerechtshof en wijst het beroep van Texag af. Tevens wordt Texag veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, welke aan de zijde van Quintessa nihil worden begroot. De uitspraak is gewezen door de raadsheren Streefkerk, Snijders en Polak en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer de Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Texag wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

27 juni 2014
Eerste Kamer
nr. 13/04168
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
TEXAG AMSTERDAM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaten: mr. A. van Staden ten Brink en mr. M.S. van der Keur,
t e g e n
QUINTESSA B.V.,
gevestigd te Beverwijk,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Texag en Quintessa.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 482166/CV EXPL 10-7098 van de kantonrechter te Haarlem van 13 januari 2011, 27 januari 2011 en 24 november 2011;
b. het arrest in de zaak 200.103.762/01 van het gerechtshof Amsterdam van 7 mei 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Texag beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Quintessa is verstek verleend.
De zaak is voor Texag toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Texag in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Quintessa begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
27 juni 2014.