Uitspraak
wonende te [woonplaats], Verenigd Koninkrijk,
kantoorhoudende te Veenendaal,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
4.Beslissing
27 juni 2014.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of de inbewaringstelling van de gefailleerde terecht was vanwege schending van de informatieplicht zoals bedoeld in artikel 87 lid 1 en Pro artikel 105 van Pro de Faillissementswet. De procedure begon bij de rechtbank Midden-Nederland, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een beschikking gaf die door de gefailleerde werd bestreden in cassatie bij de Hoge Raad.
De gefailleerde, wonende in het Verenigd Koninkrijk, stelde zich op het standpunt dat de inbewaringstelling onterecht was. De curator trad op als verweerder en heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde de Hoge Raad om het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde daarmee de eerdere beschikking van het gerechtshof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van het hof wordt bevestigd.