ECLI:NL:HR:2014:1546

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 juni 2014
Publicatiedatum
26 juni 2014
Zaaknummer
14/01732
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 87 lid 1 FwArt. 105 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake inbewaringstelling gefailleerde wegens schending informatieplicht

In deze zaak stond de vraag centraal of de inbewaringstelling van de gefailleerde terecht was vanwege schending van de informatieplicht zoals bedoeld in artikel 87 lid 1 en Pro artikel 105 van Pro de Faillissementswet. De procedure begon bij de rechtbank Midden-Nederland, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een beschikking gaf die door de gefailleerde werd bestreden in cassatie bij de Hoge Raad.

De gefailleerde, wonende in het Verenigd Koninkrijk, stelde zich op het standpunt dat de inbewaringstelling onterecht was. De curator trad op als verweerder en heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde de Hoge Raad om het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde daarmee de eerdere beschikking van het gerechtshof.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van het hof wordt bevestigd.

Uitspraak

27 juni 2014
Eerste Kamer
nr. 14/01732
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats], Verenigd Koninkrijk,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,
t e g e n
mr. J.A.A. BOERS, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [verzoeker],
kantoorhoudende te Veenendaal,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de curator.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/16/13/759 F van de rechtbank Midden-Nederland van 11 juli 2013, hersteld bij vonnis van 18 juli 2013;
b. de beschikking in de zaak 200.139.157 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 februari 2014.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 31 mei 2014 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
27 juni 2014.