Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
27 juni 2014.
Hoge Raad
In deze zaak stond de uitleg van processtukken centraal, met name of er op 9 november 2007 reeds een koopovereenkomst onder opschortende voorwaarde tot stand was gekomen of slechts een uitnodiging tot onderhandeling bestond.
De rechtbank en het hof hadden geoordeeld dat sprake was van een uitnodiging om in onderhandeling te treden, waarbij de vereiste medewerking van de gemeente als opschortende voorwaarde werd gezien. De eiser stelde dat dit onjuist was en dat de bewijsopdracht niet kon standhouden.
De Hoge Raad oordeelde dat de uitleg van processtukken en standpunten van partijen feitelijke aard is en in cassatie niet op juistheid kan worden onderzocht. De klacht dat het hof onbegrijpelijk had geoordeeld werd verworpen. Ook de overige klachten werden niet ontvankelijk verklaard, waarna het beroep werd verworpen en de eiser in de kosten werd veroordeeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.