Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
1 juli 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie ingesteld door de klager tegen een beschikking van de Rechtbank Dordrecht van 22 oktober 2012. Het klaagschrift was ingediend op grond van artikel 552a Sv. De raadsman van de klager heeft middelen van cassatie voorgesteld, die aan het arrest zijn gehecht.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarop de raadsman schriftelijk heeft gereageerd. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is, aangezien de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Daarom wordt het beroep verworpen. De beschikking is gegeven door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 1 juli 2014.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen zonder nadere motivering.