Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
1 juli 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een gewelddadige diefstal en afpersing gepleegd op 7 juli 2011 te Noordwijk, waarbij de verdachte samen met anderen een geldbedrag heeft weggenomen van het slachtoffer onder bedreiging met geweld. Het geweld bestond uit het gemaskerd betreden van een tankstation, het tonen van een vuurwapenachtig voorwerp, en het fysiek duwen van het slachtoffer.
De verdachte gebruikte een bromfiets (Peugeot Ludix 2008) bij het plegen van het delict. Het hof heeft op basis van diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van medeverdachten en de verdachte zelf, vastgesteld dat de bromfiets daadwerkelijk is gebruikt bij het plegen van het bewezenverklaarde feit. De verdachte heeft het delict gedeeltelijk bekend.
Het hof heeft vervolgens de bromfiets verbeurd verklaard omdat deze is ingezet bij het plegen van het strafbare feit. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte verworpen en het oordeel van het hof dat de bromfiets is gebruikt bij het delict als niet onbegrijpelijk bevestigd. De verbeurdverklaring blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de verbeurdverklaring van de bromfiets die is gebruikt bij de gewelddadige diefstal en afpersing.