ECLI:NL:HR:2014:1662

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juli 2014
Publicatiedatum
10 juli 2014
Zaaknummer
14/02455
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 288 lid 1 FwArt. 288 lid 3 Fw
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering toelating WSNP wegens gebrek aan goede trouw bij ontstaan schulden

De zaak betreft een verzoeker die toelating tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) heeft aangevraagd. Zowel de rechtbank Noord-Nederland als het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hebben de toelating geweigerd op grond van het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan van de schulden, zoals bedoeld in artikel 288 lid 1 sub b van Pro de Faillissementswet.

De verzoeker heeft tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad volgt dit advies en oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat deze geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

De Hoge Raad bevestigt daarmee de eerdere beslissingen en wijst het beroep af. De weigering van toelating tot de WSNP blijft daarmee in stand, waarbij ook de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw Pro niet van toepassing wordt verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de weigering van toelating tot de WSNP blijft gehandhaafd.

Uitspraak

11 juli 2014
Eerste Kamer
nr. 14/02455
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/18/145387/FT-RK 13.1403 van de rechtbank Noord-Nederland van 20 maart 2014;
b. het arrest in de zaak 200.144.275/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 mei 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
11 juli 2014.