ECLI:NL:HR:2014:1666

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juli 2014
Publicatiedatum
10 juli 2014
Zaaknummer
13/06264
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.A.C.A. Overgaauw
  • P. Lourens
  • C.B. Bavinck
  • R.J. Koopman
  • L.F. van Kalmthout
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake energiebelasting over maart-juli 2013

In deze zaak heeft [X] B.V. beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland van 7 november 2013. Het geschil betreft de door belanghebbende op aangifte voldane bedragen aan energiebelasting over de tijdvakken van maart 2013 tot en met juli 2013.

De Hoge Raad heeft het middel van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat dit niet tot cassatie kan leiden. Volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard. Het betaalde griffierecht van € 478 wordt aan belanghebbende teruggegeven.

De uitspraak is gedaan door de vice-president en vier raadsheren van de Hoge Raad, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2014.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt teruggegeven.

Uitspraak

11 juli 2014
Nr. 13/06264
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de
Rechtbank Gelderland(hierna: de Rechtbank) van 7 november 2013, nrs. AWB 13/4727, 13/4728, 13/6373, 13/6374 en 13/6375, betreffende door belanghebbende op aangifte voldane bedragen in de energiebelasting over de tijdvakken maart 2013 tot en met juli 2013.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft de zaak mondeling doen toelichten door Y.E.J. Geradts, advocaat te Amsterdam.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (zie het heden in de zaak met nummer 13/06262 uitgesproken arrest van de Hoge Raad).

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens, C.B. Bavinck, R.J. Koopman en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2014.
Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 478 wordt door de Griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.