Uitspraak
,nummer 23/003311-95
,ingediend door mr. K.Chr. Spee, advocaat te Amsterdam
,namens:
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
7 januari 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam uit 1998, waarin de aanvrager werd veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens valsheid in geschrift. De aanvraag tot herziening werd ingediend op grond van een nieuwe verklaring die volgens de aanvrager het onderzoek destijds had moeten beïnvloeden.
De Hoge Raad beoordeelde of het nieuwe gegeven, dat bij het onderzoek niet bekend was, een ernstig vermoeden wekte dat het onderzoek tot een vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie of een minder zware straf zou hebben geleid. De Hoge Raad concludeerde dat dit niet het geval was, mede gelet op de verklaring die de aanvrager zelf ter terechtzitting had afgelegd en die door het Hof als bewijs was gebruikt.
Daarom werd de aanvraag tot herziening als kennelijk ongegrond verworpen. De Hoge Raad bevestigde hiermee de eerdere veroordeling en liet het vonnis van het Hof in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de veroordeling tot twee maanden gevangenisstraf.