Uitspraak
beiden wonende te [woonplaats],
beiden wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
7 februari 2014.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vaststelling van de erfgrens tussen twee percelen centraal. Eiser c.s. had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, dat de erfgrens had vastgesteld. Het geschil betrof tevens de vraag of sprake was van een verrassingsbeslissing en de toepassing van de bewijslastverdeling volgens de artikelen 149 en 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Haarlem en het arrest van het gerechtshof Amsterdam voor het geding in feitelijke instanties. In cassatie zijn de aangevoerde klachten onderzocht, maar deze konden niet leiden tot cassatie, mede omdat zij geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.
De Hoge Raad bevestigt daarmee het arrest van het hof en wijst het cassatieberoep van eiser c.s. af. Tevens worden eiser c.s. veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Dit arrest is gewezen door de raadsheren Streefkerk, Polak en Tanja-van den Broek en in het openbaar uitgesproken door vice-president Numann.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.